Zo is Doomkerke - Deel 6: Uittocht naar Amerika
„Daarom : ontsluiert nu uwe gemoederen
En reist met mij ginds naar het verre strand.
Wij zullen roepen, als w' de kust ontwaren :
Amerika is nu ons vaderland !"
Gedicht gezongen door
Achiel Peeters, Doomkerke.
Vertrok naar Nebraska (U.S.A.) in 1905.
UITWIJKING NAAR AMERIKA
Alaska, november 1919.
... en doet al de beste koplementen aan mijn familie ik zou er willen van hooren het is 13 jaar dat ik een belg gezien heb 2 jaar geleden heb ik van mijnen broeder Trifon gehoord dat hij in Seattle Washington 2500 millen van hier...
(Passus uit een brief van Alfons VANDEN HEEDE (Maerens), geboren te Doomkerke in 1876, vertrok naar Amerika in 1899 en stierf in Alaska 1956.)
De jaren 1900 waren voor onze landelijke bevolking eerder rampspoedig, vooral het Meetjesland en mede de aanpalende gemeenten van West-Vlaanderen hadden het hard te verduren. Niet minder dan 42 procent van de totale landelijke bevolking was ingeschreven op de armenlijst.
Met handweven en handspinnen verdiende men 15 tot 25 centiem per dag. Reeds vroeger, tijdens de hongerjaren van 1845-1848 had het welvarend en economisch rijke Noord-Amerika de aandacht getrokken.
Elders in West-Vlaanderen kende men de trimards of seizoenarbeiders die naar 't Franse trokken; bij ons was het een volksverhuizing naar Amerika. Precies de streek van Kruiskerke, Sint-Maria-Aalter, Sint-Jan, Wildenburg en Doomkerke kende een ware uittocht.
Hoeveel er precies uitgeweken zijn, is moeilijk te zeggen, omdat zelfs diegene die al jaren vertrokken waren ingeschreven bleven op de gemeente. Pas met de volkstelling van 1930 en 1947 werd orde op zaken gezet.
Dank zij het onverdroten opzoekingswerk en zijn talrijke contacten in Amerika, is de Heer Ad. DAUW, secretaris van de bond van oud-Doomkerkenaren, er in gelukt de namen van meer dan 400 uitwijkelingen op te sporen.
De trek naar het westen begon vanaf 1850. De eersten waren de goudzoekers, later werden het jagers, bosontginners, landbouwers en veekwekers. De wet van 1820 waarbij aan gunstige voorwaarden grond ter beschikking van de ontginners werd gesteld, en nog meer deze van 1862 waarbij kolonisten die minstens 5 jaar zouden ontginnen 64 ha grond in eigendom ontvingen, hebben de uittocht in gunstige zin beïnvloed.
Dat dergelijke vooruitzichten onze sukkelaars aanlokte hoeft geen betoog. Oorspronkelijk ging de trek naar de V.S., later bij het sluiten van de grenzen werd Canada het einddoel.
De overvaart was alles behalve schitterend. Uiteraard waren het zeilschepen die de oceaan overstaken en de tocht duurde van 33 tot 45 dagen al naar gelang gunstige of ongunstige wind.
De prijs voor het tussendek schommelde tussen 80 en 130 F. De grote massa kon geen kajuit huren en verbleef gedurende de ganse overvaart op het tussendek waar men een stuk bank toebedeeld kreeg om er op te rusten en te slapen. Het was aanbevolen een strozak mee te nemen. (Vers stro was toen de gezondste bedvulling.)
Aan boord was het wenselijk een zo slecht mogelijk kostuum te dragen en dit bij aankomst over boord te werpen. Ongeveer 50 kg. eetvoorraad plus daarbij één hl aardappelen mocht meegenomen worden tijdens de overvaart. Om alle eventualiteiten het hoofd te kunnen bieden was een voedselvoorraad voor 90 dagen noodzakelijk. Een lamp of lantaarn was onmisbaar.
Ivo DE COCK was bij ons de pionier. Hij vertrok in december 1855 op 25-jarige leeftijd (geboren in 1830), samen met enkele vrienden uit Lotenhulle. Naar hij zelf vertelde waren ze meer dan 2 maand op zee. Na 1 jaar keert zijn vriend DHUYVETTER naar België terug en vertrekt opnieuw met vrouw en kinderen op 26 maart 1875 naar Amerika. Ivo huwde Pelagie, Dhuyvetters oudste dochter, in 1863. Hun huwelijk werd gezegend met 11 kinderen. Hij moet een welstellend man geworden zijn want ieder kind kreeg bij zijn dood in 1903 meer dan 50 ha grond toebedeeld. Het geboortehuisje van Ivo DE COCK stond nabij de Oude School.
De grote uittocht op de streek werd vooral gedirigeerd door twee ter plaatse wonende ronselaars.
De eerste Francis DE RIEMACKER, geboren in 1834 en overleden in 1909, trekt in 1883 voor een proefperiode van één jaar naar Amerika. Na 9 maand bereikt hem het ontstellend bericht dat zijn vrouw overleden is. Hij keert terug en blijft alleen met de zorg over 5 kleine kinderen. Amerika kan hij echter niet vergeten, hij wordt scheepvaartagent voor de „Red Star Line", de eerste maatschappij die van Antwerpen rechtstreeks naar Amerika vaart.
Zijn opvolger, Modest SWANCKAERT, geboren te Doomkerke in 1876 en er gestorven in 1959, beter gekend onder de naam van Desten DORENS (zijn vader heette Isidoor-Doren) werd in de Amerika-uittocht een bijna legendarische figuur. Hoewel hij Amerika nooit gezien had kon hij er des te beter over praten. Hij huwt in 1900 en neemt zijn intrek in café „Het Burgerwelzijn". Dit wordt een echt inschrijvingsbureau. Eerst fungeert hij zoals zijn voorganger, als agent voor de „Red Star Line" en wordt later eerste agent te Doomkerke voor de „Canard Line".
Veel inwoners zullen aan Desten die pas in 1959 overleed, de beste herinneringen bewaren.
Aan het toppunt van zijn loopbaan lukte hij er in 30 dagen na elkaar met klanten naar Antwerpen te trekken. Zijn gevestigd record was het leveren van 49 uitwijkelingen in 7 dagen.
Op 10 augustus 1958 werd tijdens een passende plechtigheid in de zijgevel van het Veldkapelleke, waar alle uitwijkelingen van de streek met pak en zak voorbijkwamen, een gedenkplaat in simili-witsteen onthuld. Het initiatief hiertoe kwam van de bond van alle oud-Doomkerkenaren. In aanwezigheid van talrijke prominenten, waaronder de Heer G. CHASE, cultureel attaché van de U.S.A. ambassade en de Heer MITCHELL van de Canadese ambassade, was het de hierbovengenoemde Desten DORENS die de herdenkingsplaat mocht onthullen. In zijn inleidend woord citeerde de Heer DAUW de namen van 325 uitwijkelingen waarvan enkel 5 procent terugkeerde.
De bijzonderste uitwijkplaatsen waren :
U.S.A.:
MOLINE - ILLINOIS
DETROIT - MICHIGAN
BAKER - OREGON
MISHAWAKA - INDIANA
LANSING - MICHIGAN
LOS ANGELES - CALIFORNIË
CANADA :
WINNIPEG
MANITOBA
DELHI
ONTARIO
Op de gedenkplaat staat volgende tekst te lezen :
„Tot blijvende herinnering aan de uitwijking vanaf 1888 van 300 Doomkerkenaren en velen uit deze streek naar de U.S.A. en Canada,
O.L.V. bescherm hen allen. 1958."
Gedenkplaat "Uitwijking naar Amerika" aangebracht in de gevel van het Veldkapelleke
Zo is Doomkerke |
Een historisch overzicht samen met het ontstaan en de groei van de parochie. |
Het weer
Snelgids
· Contacteer Sint Caroluskerk
· Zo is Doomkerke
· Doomkerke in een notendop
· Dorpslied
· Kamphuislied
· KFC Doomkerke lied
· Uw (handels)zaak toevoegen
· Zoek in deze site
Moppen van Fonne
Als je niet goed hoort
Misverstand ??
Alexander was een gepatenteerde klusjesman, in alle banen,
en tijdens een huisbezoek aan oudere en zieke parochianen
was dat ook aan de nieuwgekomen parochieherder niet ontgaan.
“en zo is het volgende gesprek met, zeg maar Sander, ontstaan.
“k Zie dat je voor uw zieke vrouw zorgt ,mag ik iets vragen ,niets moet.”
“‘k Versta u niet ge moet luider klappen ,zei Sander ‘k hoor niet goed.”
De paster herhaalde , maar nu heel luid en Sander knikte “ Ja ja dat kan”
” En, zou jij morgen kunnen komen ,of heb je al een ander plan,
om eens naar de goot van de luifel te kijken,eer dat ik kosten doe,
de gelovigen komen binnen met natte voeten en dat ben ik moe”.
“Het druppelt verschrikkelijk als’t regent. Ik peins dat het…….
Hier werd de pastoor onderbroken door Sander : “ t heeft geen nut , “ Ik hoor niet goed , meneer de paster. ge moet luider spreken,
als gij zo oud zijt als ik hebt ge vast en zeker ook zo’n gebreken”
Pastoor maar nu heel luid.
Gans zijn litanie afgezaagd en Sander stemde toe :” ’t is OK.”
Dus zei de pastoor: “Morgen om 9u. maar brengt een ladder mee.”
Sander was al boven aan ’t kijken als de pastoor arriveerde.
Hij riep :” Hoe is nu met uw vrouw? En terwijl Sander zich omkeerde
riep hij naar de pastoor “ Niets meer aan te doen ze is gans versleten”
Nee, Sander hoe is het met uw vrouwe?’ t is dat dat ik wilde weten”
Sander keek naar beneden en zei :”Awel ,den afloop is plukkevort.
Ik ga het rechtuit zeggen mr. de pastre ’t is ene voor op het stort”
Nee, nee, zei de pastoor. Ik vroeg hoe is het met je vrouw Alexander?
Weer draaide Sander zich om en riep:’t Is ‘t één gat naast het ander.
Maar Sander, ’t is over Renilde dat ik het heb. Is uw vrouw nu O.K.
En spinnijdig riep Sander : Als je het niet gelooft, kruipt er zelf op hé.
Glimlachend draaide de paster zich om brevierde verder en dacht:
In Gods naam :Waarom hebben ze in Brugge mij naar hier gebracht?
godwaert 01 01 2025