KFC Doomkerke lied : Alfons De Fauw alias godwaert
Op de wijze van: The Yellow rose of Texas
Doomkerke promoveert.
De mannen van HET HAANTJE
Die zijn nu kampioen,
de and’ren laten traantjes,
daar is niets aan te doen.
’t Duel dat kwam op het laatste,
dat werd een felle strijd.
Maar de mannen van de plaatse,
die wonnen toch het pleit.
We worden nu gevierd,
we zijn die hulde waard,
we hebben ook geen moeite,
of ook geen last gespaard .
Men zet ons in de bloemen,
men klinkt op ons het meest,
en dagbladen vernoemen:
Alom ons naam het eerst .(refr)
Ons lied wil nu verkonden,
dat op het groene veld,
van uren in het ronde,
Doomkerke is de held.
Geen een die ons kan kloppen,
daar is geen spelen aan,
geen een die ons kan stoppen,
met onze zegevaan. (refr)
We zullen ’t lied nu sluiten,
met onze vast wil,
geen een zal ons ooit stuiten,
dank zij een sterke dril .
Steeds zullen wij verhogen,
verheffen onze roem
en houden steeds voor ogen:
“op kop “ dat is ons doel
fons =godwaert 2023
Het weer
Snelgids
· Contacteer Sint Caroluskerk
· Zo is Doomkerke
· Doomkerke in een notendop
· Dorpslied
· Kamphuislied
· KFC Doomkerke lied
· Uw (handels)zaak toevoegen
· Zoek in deze site
Moppen van Fonne
Kamphuislied
Kamphuislied. (wijze: daarbij die molen) Fons De Fauw - Godwaert
Wie weet hoe hier het kamphuis kwam
in 't lied is 't gauw verteld.
Ze kregen grond van een madam
z' had grond en heel veel geld.
Haar man schonk haar het grootste deel,
hij kwam uit Brussel stad,
ze leefde goed en ook heel veel:
z' heeft kind noch kraai gehad.
We zijn HAAR dankbaar, nog steeds heel dankbaar
' t publiek van 't haantje ,die zingt nu met mij mee
We zijn HAAR dankbaar, nog steeds heel dankbaar
't publiek van 't haantje, die zingt hoezee, hoezee.
Juist na de oorlog werd gestart
een school met galerij.
De feestzaal stond er gans apart
de koer daar speelden wij.
Maar jaar na jaar verdween de pracht,
gedaan met het vermaak.
Ze werd terug op gang gebracht
dank zij de paster Haeck.
We zijn HEM dankbaar, voor eeuwig dankbaar
' t publiek van 't haantje ,die zingt nu met mij mee
We zijn HEM dankbaar, voor eeuwig dankbaar
't publiek van 't haantje, die zingt hoezee, hoezee.
Eerst heel voorzichtig met de jeugd
kamperen aan het bos.
De ouders waren zeer verheugd,
hun kinders waren los.
Maar op een dag werd het benauwd
't was geen comfort genoeg,
de school en zaal werd gans verbouwd,
't was dat , dat 't haantje vroeg
We zijn HEM dankbaar, voor eeuwig dankbaar
' t publiek van 't haantje ,die zingt nu met mij mee
We zijn HEM dankbaar, voor eeuwig dankbaar
't publiek van 't haantje, die zingt hoezee, hoezee.
Heel zeker wel met honderd man
werd er heel hard gewerkt.
Geboord, gezaagd , ' t was volgens 't plan,
je hebt het wel bemerkt.
Ik zong daarjuist van honderd man,
het woord klinkt zo cliché ,
'k vergis me ook, soms nu en dan:
ook vrouwen hielpen mee.
We zijn HEM dankbaar, voor eeuwig dankbaar
' t publiek van 't haantje ,die zingt nu met mij mee
We zijn HEM dankbaar, voor eeuwig dankbaar
't publiek van 't haantje, die zingt hoezee, hoezee.
Het Kamphuis dient voor dat en dit
multifunctioneel.
Het is een dorp waar pit in zit
genoeg maar niet te veel.
't Begon dus met madam De Roo
't geraakte op het spoor,
en paster Haeck deed 't ons cadeau
hoera, meneer pastoor.
We zijn HEM dankbaar, voor eeuwig dankbaar
' t publiek van 't haantje ,die zingt nu met mij mee
We zijn HEM dankbaar, voor eeuwig dankbaar
't publiek van 't haantje, die zingt hoezee, hoezee.
Wij zijn vanavond weer te gaar,
hier op ons Kamphuisfeest
wij vieren samen bij elkaar,
en zingen om het meest.
Maar bovenal zo klinkt ons wens,
dat 't verder goed mag gaan,
't dat kamphuis nu voor ieder mens,
altijd zal open staan.
We zijn HEM dankbaar, voor eeuwig dankbaar
' t publiek van 't haantje ,die zingt nu met mij mee
We zijn HEM dankbaar, voor eeuwig dankbaar
't publiek van 't haantje, die zingt hoezee, hoezee.
