Kamphuislied Fons De Fauw alias Godwaert
Kamphuislied. (wijze: daarbij die molen) Fons De Fauw = Godwaert 30 juni 2012
Wie weet hoe hier het kamphuis kwam,
in 't lied is 't gauw verteld.
Ze kregen grond van een madam,
z' had grond en heel veel geld.
Haar man schonk haar het grootste deel,
hij kwam uit Brussel stad.
Ze leefde goed en ook heel veel:
z' Heeft kind noch kraai gehad.
We zijn haar dankbaar, nog steeds heel dankbaar,
' t publiek van 't haantje ,die zingt nu met mij mee.
We zijn haar dankbaar, nog steeds heel dankbaar,
't publiek van 't haantje, die zingt hoezee, hoezee.
Juist na de oorlog werd gestart,
een school met galerij.
De feestzaal stond er gans apart,
de koer daar speelden wij.
Maar jaar na jaar verdween de pracht,
gedaan met het vermaak.
Ze werd terug op gang gebracht,
dank zij de paster Haeck.
We zijn hem dankbaar, voor eeuwig dankbaar,
' t publiek van 't haantje ,die zingt nu met mij mee.
We zijn hem dankbaar, voor eeuwig dankbaar,
't publiek van 't haantje, die zingt hoezee, hoezee.
Eerst heel voorzichtig met de jeugd,
kamperen aan het bos.
De ouders waren zeer verheugd,
hun kinders waren los.
Maar op een dag werd het benauwd,
't was geen comfort genoeg.
De school en zaal werd gans verbouwd,
't was dat , dat 't haantje vroeg.
We zijn hem dankbaar, voor eeuwig dankbaar,
' t publiek van 't haantje ,die zingt nu met mij mee.
We zijn hem dankbaar, voor eeuwig dankbaar,
't publiek van 't haantje, die zingt hoezee, hoezee.
Heel zeker wel met honderd man
werd er heel hard gewerkt.
Geboord, gezaagd , ' t was volgens 't plan,
je hebt het wel bemerkt.
Ik zong daarjuist van honderd man,
het woord klinkt zo cliché .
'k Vergis me ook, soms nu en dan:
Ook vrouwen hielpen mee.
We zijn hem dankbaar, voor eeuwig dankbaar,
' t publiek van 't haantje ,die zingt nu met mij mee.
We zijn hem dankbaar, voor eeuwig dankbaar,
't publiek van 't haantje, die zingt hoezee, hoezee.
Het Kamphuis dient voor dat en dit
multifunctioneel.
Het is een dorp waar pit in zit,
genoeg maar niet te veel.
't Begon dus met madam De Roo,
't geraakte op het spoor,
en paster Haeck deed 't ons cadeau,
hoera, meneer pastoor.
We zijn hem dankbaar, voor eeuwig dankbaar,
' t publiek van 't haantje ,die zingt nu met mij mee.
We zijn hem dankbaar, voor eeuwig dankbaar,
't publiek van 't haantje, die zingt hoezee, hoezee.
Wij zijn vanavond weer te gaar,
hier op ons Kamphuisfeest.
Wij vieren samen bij elkaar,
en zingen om het meest.
Maar bovenal zo klinkt ons wens,
dat 't verder goed mag gaan.
't Dat kamphuis nu voor ieder mens,
altijd zal open staan.
We zijn hem dankbaar, voor eeuwig dankbaar,
' t publiek van 't haantje ,die zingt nu met mij mee.
We zijn hem dankbaar, voor eeuwig dankbaar,
't publiek van 't haantje, die zingt hoezee, hoezee.
Het weer
Snelgids
· Contacteer Sint Caroluskerk
· Zo is Doomkerke
· Doomkerke in een notendop
· Dorpslied
· Kamphuislied
· KFC Doomkerke lied
· Uw (handels)zaak toevoegen
· Zoek in deze site
Moppen van Fonne
Men weet nooit genoeg!!
Marcel was jong en up to date
en informeerde zich alom.
Hij was dynamisch zoals dat heet,
nee, Marcel die was niet dom.
Zijn vrouw was meer passief
en liet Marcel betijen.
Ze las wel nu en dan een brief,
Ja, Marcel was te benijen.
Iedere avond , de zondag incluis
was er vergadering non-stop.
Zo was Marcel heel zelden thuis
en stak daar heel veel wijsheid op.
Marcel wist ook van ieder land
wie is premier of president,
wie maakte wie van kant
en zijn de daders al gekend.?
Hij kende Gorbatjov en Mitterand
en Schwartskoff en Sadam Hoessein,
in geuren en kleuren vertelde hij ervan
en wist hoe het allemaal moest zijn.
Aan de crisis in de regering
heeft hij ook een vette kluif gehad .
Hij weerlegde iedere bewering,
want hij volgde 's avonds elk debat.
Zo bracht hij al de buren
in kennis van zijn weten.
Nee, hij had zijn avonduren
niet nodeloos versleten.
Men was verbouwereerd en stond
met open mond te luisteren hoe hij het deed.
Hij kende alles en iedereen en vond
hoe oud men is ,men nooit te vele weet.
Maar op een dag was 't hen genoeg,
men stelde hem een dwaze vraag misschien.
Of Marcel soms ook wel kennis droeg
en of hij Pol Punaize had gezien.?
Pol Punaize ,nog nimmer van gehoord,
gans zijn wereld stortte in elkaar.
Daarover repte men nog nooit één woord,
daarover gaf men niet de minste commentaar.
Om den duivel, die man is niet gekend,
hij was kapot, hij had wel kunnen schreien.
“ dat is….als ge naar een vergadering bent
die man , die bij uw vrouw komt vrijen.”
Godwaert 13 02 89
