Lucienne Bruggeman
Een hart dat honderd jaar blijft kloppen
nog veel te jeugdig om al te stoppen,
integendeel we mijden slenter en sleur
al staat de koude winter voor de deur.
Na zoveel jaren, hier en daar wat sleet,
wie zegt dat hij nooit iets vergeet
heel serieus is hij zeker niet,
‘t Voornaamste als je van ’t leven maar geniet.
Je ziet en hoort allicht wat minder,
“wat blieft, wat zegt die nu, wie is dat ginder?”
Neem mijn hand en wandel een pauze
al kraken mijn ledematen van de artrose.
Een nieuwe dag, de lucht wordt weer hemelsblauw
en aan de naakte takken hangt nog dauw,
de zon brengt de vroege vogeltjes mee,
en weer doen we een wandelingetje met ons twee.
Vandaag voel ik me opgewekt en blij,
met zoveel dankbare mensen rondom mij.
Als ’t God belieft, we gaan dat zeker zien
tot over “ja zeg maar, een jaar of tien.”



Lied op de wijze van: In de stille Kempen
Ode aan de honderd jarige Lucienne
Een november avond
in de maneschijn
hoord ‘ik Bertha roepen
‘k zal gauw moeder zijn.
Luci (enne) werd geboren
’t was groot feest dichtbij
d’ eerste van drie dochters
Met twee broertjes bij.
Refrein:
Hoe schoon hier op ’t haantje
met MOEDER erbij
Dat is hier op ’t haantje
de hemel voor mij.
Hoe schoon hier op ’t haantje
met OMA erbij
dat is hier op ‘t haantje
de hemel voor mij.
Van de nonnen kreeg ze
heel veel godsdienstles
maar ook d’ and’re vakken
waren een succes.
’t wordt een kloosterzuster
had ma mère voorspeld
’t is niet uitgekomen
(want) Arsène was haar held.
Refrein
Uit zijn duivenkoten
had Maurits goed zicht.
Zag Lucienne lopen,
met Arsène heel dicht.
’t Viel in goede aarde,
dat Lucienne ‘t mocht,
want de beste paarden
zijn op stal verkocht.
Refrein
Rita kwam als eerste,
bij ’t gelukkig paar,
Willy kwam ter wereld,
zus was al twee jaar,
Arsène en Lucienne
trainden dapper voort,
maar van hun exploten
werd niets meer gehoord.
Refrein
Gaat het soms wat minder
als iets tegenslaat.
heb je ook wat hinder
als je rechtop staat.
Steekt de reuma tegen
hulp zal er wel zijn
weet dat na de regen
komt weer zonneschijn.
Samen zingen wij nu,
voor haar honderd jaar
Heffen wij het glas
en toasten al te gaar.( godwaert = fons de fauw)
Refrein
Publicatiedatum: 06/11/2019
Het weer
Snelgids
· Contacteer Sint Caroluskerk
· Zo is Doomkerke
· Doomkerke in een notendop
· Dorpslied
· Kamphuislied
· KFC Doomkerke lied
· Uw (handels)zaak toevoegen
· Zoek in deze site
Moppen van Fonne
De reden van de verrijzenis
Het mensdom heeft het gans verkorven,
door onze zonden is Jezus de kruisdood gestorven.
Tussen twee moordenaars hing hij daar
't is nu al meer dan tweeduizend jaar.
Hij werd gegeseld en gehoond
bespot en met doornen gekroond,
begraven in een grot , zo werd gezegd
en de ingang met een grote steen dicht gelegd.
Maar de vrome vrouwen zijn gekomen
en zagen dat de steen was weggenomen.
In allerijl werd gans de kliek gealarmeerd
en met de apostelen zijn ze ijlings weergekeerd.
Ze waren in paniek en trilden op hun benen.
Waarom is de zoon Gods in 't geheim verdwenen.?
Wie en waarom opende men zo plots
de ingang van de veilig afgesloten rots.?
Er werd geroddeld en gespeculeerd
sommigen opperden: 't is al getrukeerd.
Maar 't antwoord is bondig en kort
iedereen weet als 't Paaszondag wordt,
maar dat staat niet in de bijbel of gewijde boeken
“ Jezus was lijk iedereen paaseieren gaan zoeken. Godwaert 15 04 2015
