School
Halverwege de 19de eeuw zijn de kinderen van de toenmalige wijk 't Haantje nog steeds aangewezen op de school in de verafgelegen dorpskern van Ruiselede. In 1850 beschikt de wijk over twee privéscholen: in de buurt van de wijk Strokot (genoemd naar de verdwenen Strokot- of Schalkledemolen, cf. Wingenesteenweg nr. 33) en langs de Bruggesteenweg. De zusters O.-L.-Vrouw van Zeven Weeën (cf. Bruggestraat nr. 29) stichten in 1857 in de wijk een bijhuis. In 1859 koopt pastoor Doom een gebouw waar de zusters een school kunnen inrichten (cf. Hamerstraat nrs. 1-3). De school, gewijd aan Sint-Jozef, kent onmiddellijk een groot succes en vormt mede de basis van het latere Doomkerke. Door de stijgende toeloop van leerlingen wordt het bouwen van een nieuwe en grotere school noodzakelijk. Uit kadastergegevens blijkt dat Carolus Doom op gronden, gekocht van de Brugse advocaat Louis Gilliodts, ca. 1866 een schoolgebouw laat oprichten. Ondertussen wordt begin 1865 de eerste steen van de kerk gelegd. Het gebouw van twee bouwlagen is opgetrokken in dezelfde periode, in een stijl gelijkaardig aan die van de pastorie (cf. nr. 22). Symmetrisch opgebouwd met een centrale, uitspringende dwarsvleugel geflankeerd door twee vleugels van drie traveeën. Het kadaster registreert in 1872 een verdeling met de school in het middengedeelte en aan weerszijden een woning, links die van de zusters (het klooster), rechts van de koster. Niet lang erna worden achteraan een boerderij en een bejaardenhuis met klassen op de verdieping, toegevoegd. Op 13 september 1880 worden school, klooster en bijgebouwen ingewijd door E.H. Bayart, die dat jaar pastoor Doom opvolgde. Het kadaster registreert in 1881 het geheel als "huis en school", de zusters van O.-L.-Vrouw van Zeven Weeën van Ruiselede zijn de eigenaars. Ca. 1903 worden alle gebouwen samengevoegd onder de noemer klooster. Ca. 1913 wordt de linkervleugel verbreed met een venster- en een poorttravee, ca. 1926 achteraan enkele kleine gebouwtjes toegevoegd en het geheel opgesplitst in een aan de straat gelegen school en een achterin gelegen huis. In 1947 verhuizen de jongens naar een nieuwe school, de Sint- Lodewijksschool, met bijhorende feest- en toneelzaal (nr. 105). In 1952 krijgt de straatgevel een nieuw parement en aangepaste muuropeningen. In 1960 zijn alle gebouwen ("school en klooster" aan straatzijde en "oudemannenhuis en school" achterin) opnieuw samengevoegd tot "school, klooster en ouderlingengesticht". In 1967 verkoopt het klooster de linkerwoning en het achterin gelegen boerderijgedeelte aan een particulier. Het ouderlingengesticht wordt ontruimd, de bejaarden verhuizen naar andere instellingen. In de straatvleugel is de school nu in het midden- en rechterdeel gevestigd. In 1969 verlaten ook de zusters de school en het klooster. In het kader van het gemengd lager onderwijs komen de jongens in 1976 vanuit de Sint-Lodewijksschool terug naar de hoofdschool, de vrijgekomen gebouwen van nr. 105 worden nu door verschillende verenigingen gebruikt. In 1995 wordt de school volledig gerenoveerd en uitgerust met een polyvalente zaal, in 2003 volgen nog een aantal verbouwingswerken. Het nu leegstaande, voormalige klooster zal in de school worden geïntegreerd.

Het weer
Snelgids
· Contacteer Sint Caroluskerk
· Zo is Doomkerke
· Doomkerke in een notendop
· Dorpslied
· Kamphuislied
· KFC Doomkerke lied
· Uw (handels)zaak toevoegen
· Zoek in deze site
Moppen van Fonne
Appels plukken
Heerlijk in den hof van Eden
leefde Adam , heel lang geleden,
wat verlangt een mens nog meer.
Hij kreeg de zegen van de Heer.
Al de dagen van de week
zwom hij in 't water van de beek.
Hij brandde bruin en baadde pootje
en liep daar lekker in zijn blootje.
Tot hij plotseling op een dag
bij ieder dier een wijfje zag.
Vliegensvlug liep hij naar de Heer
en legde al zijn grieven neer.
Hij zei: Heer ik wil niet klagen,
maar 'k verveel me ganse dagen,
'k vraag u onderdanig en beleefd:
of u voor mij geen vrouwtje heeft?
Wel, zei de Heer 'k zal er eens op denken
om op uw verjaardag , u een vrouw te schenken.
Adam stond al van pret te springen
en kocht zich twee verlovingsringen.
Zo heeft de Heer Eva geschapen,
uit een rib, toen Adam lag te slapen.
't Was een pracht, ons Heer kent er iets van,
een vrouw , met alles d'er op en d'er aan.
Ze leefden rustig verder heel tevreden
de Heer was content met wat ze deden,
de zomer ging, de herfst die kwam er aan..........
't was toen dat Eva onder de boom ging staan.
Toen Eva al dat fruit zag hangen
brandde ze van 't groot verlangen.
Ze nam een hap, dat zijn bewezen feiten
en deed Adam ook eens in de appel bijten.
Maar toen gingen plots hun ogen open
distels, doornen, en werk met hopen.
't Was uit met het mooie luilekker leven,
zo werd het paradijs toen opgeheven.
Door een appel zoals je nu weet
werkten Adam en Eva zich in het zweet.
Wat een geluk gaf Adam nog te verstaan,
'k moet nooit naar mijn schoonmoeder gaan.
Godwaert
