Scheidingsstraat
Rechte weg tussen de Wingenesteenweg en de Oude Veldstraat op de grens met Wingene. Vanaf 1980 met huidige naam, voorheen "Scheidstraat" genoemd. Op de Atlas der Buurtwegen (1842) beschreven als "Chemin du Vliegende peerd au lieu dit Hennekens Moere, passant par le hameau 't Zwijntje" waarbij tevens de huidige Schoutskruisestraat is opgenomen. Daarnaast ook nog "Waterwal Straet", "Zwijntjens Straet" en "Veld Straet".
De straat wordt gekruist door de Pachtebeek. Landelijke weg met hoofdzakelijk verspreide hoevebouw cf. de Ferrariskaart (1770-1778) en de Atlas. Oudere boerderijsites met gebouwen opklimmend tot de 19de eeuw of nog ouder cf. nr. 10. Nr. 20 komt voor op de Ferrariskaart, oorspronkelijk met tweewoonst die volgens kadastergegevens ca. 1887 wordt teruggebracht tot één geheel, ca. 1964 worden woonhuis en landgebouwen vergroot cf. huidig.

Het weer
Snelgids
· Contacteer Sint Caroluskerk
· Zo is Doomkerke
· Doomkerke in een notendop
· Dorpslied
· Kamphuislied
· KFC Doomkerke lied
· Uw (handels)zaak toevoegen
· Zoek in deze site
Moppen van Fonne
De remedie tegen tandpijn !
Ceriel was een succesrijk zakenman
met 2 boekhouders en een meid,
het drukke leven hield hem in de ban
voor niets of niemand had hij tijd.
Zijn vrouw Margriet, die was madam
met pelsmantel en een zware BMW.
't Gebeurde zelden, maar als ze kwam
had ze gratie en veel pretentie mee.
De recepties wenste ze ook bij te wonen,
ze flodderde en ze floreerde en nam het woord.
Ceriel durfde zich haast niet meer tonen,
maar oogluikend ging hij ermee akkoord.
't Was weer eens receptie en Margriet ging mee ,
maar plots heeft Ceriel barstende tandpijn gekregen.
Inderhaast slikte hij een perdolan of twee
en heeft wel tien minuten plat gelegen.
De rust bracht al geen aarde aan den dijk
en 't vrouwtje maar ongeduldig wachten.
Ceriel was ongedurig en wit als krijt
en zat in de receptie met zijn gedachten.
De minuten tikten tergend traag voorbij
en inderhaast werd er besloten:
“ga maar alleen,wacht niet meer op mij,
excuseer mij ginder bij de groten.”
Met schurende banden vertrekt Margriet
en hoopt vooralsnog op tijd te komen.
Nauwelijks is ze uitgestapt, of ze ziet:
“Verdorie, 'k heb mijn sacoche niet meegenomen.”
Heel laag scheert Margriet terug naar huis
en vindt Ceriel in de keuken en de living niet.
“ hij zal wat slapen,” en zonder veel gedruis
loopt ze de trap op en gelooft niet wat ze ziet.
Ceriel zit bij de meid in bed en ziet Margriet,
die roept en raast en scheldt met hopen.
“Maar vrouwtje toch, 'k zweer het ,'k wist niet
met zo'n tandpijn ,waar gekropen.”
Godwaert
