Brandstraat nrs. 24-26 Basisschool
Volume aan de straat daterend van ca. 1866-1880 maar met gevel gewijzigd in 1952. Opgetrokken in bruine baksteen, het geheel van twee bouwlagen onder zadeldaken (Vlaamse pannen, zwart aan de voorzijde, rood aan de achterzijde), voorgevel in rode baksteen. Linkervleugel (nr. 26), met inrijpoort, is het vroegere klooster, nu ingericht als woonhuis. Dubbelhuis van vijf traveeën. De rechthoekige muuropeningen, met omlijstingen op consoles in simili en met geprofileerde kroonlijsten, vervangen de oorspronkelijke segmentboogvormige deur en vensters. Deur met geblokte omlijsting, bovenlicht met glas-in-lood en nis met beeld van O.-L.-Vrouw van Zeven Weeën.

Midden- en rechtervleugel (nr. 24) herbergen de school. Oorspronkelijk met segmentboogvormige muuropeningen en bovenbouw van het middendeel, waarachter de kapel, met rondboogvensters met erboven een groot, rond venster en onder de dakrand klimmende spitsboogfriezen. Topgevel van middengedeelte uitgewerkt als fronton waarin een nis met beeld van het Heilig Hart. Voorts rechthoekige muuropeningen met geblokte, arduinen omlijstingen op consoles. Brede vensters verlichten de klaslokalen. De zij- en achtergevels met segmentboogvormige muuropeningen (bewaard schrijnwerk met grote roedeverdeling) zijn nog oorspronkelijk. De rechterzijgevel is onder de dakrand versierd met klimmende spitsboogfriezen, sierankers. Dwarsvleugel tegen de achtergevel met gelijkaardige muuropeningen, eindgevel met (gedichte) rondboogopeningen.

Interieur
Gang met vloer met zwartmarmeren tegels en witte ruitjes in de hoeken afgeboord met meandermotief. Houten bordestrap met balustervormige trappaal en balustrade. Vloer van de voorkamer links met fraaie cementtegels in grijs, wit en zwart met floraal en kruismotief. Kamer aan tuinzijde met zwartmarmeren schouw en vloer met zwarte, gele en grijze cementtegels. Kloostercellen op de verdieping met bewaarde deuren met beschildering in eikimitatie en plafond met troggewelven. De inrijpoort geeft uit op een binnenplein met plantsoen. Achteraan bevinden zich gebouwen van de voormalige boerderij en het ouderlingengesticht, daterend van ca. 1880. Bruine, verankerde baksteenbouw onder zadeldaken (Vlaamse pannen), enigszins afgescheiden van het binnenplein en opgesteld in een L-vorm. In het hoofdvolume van twee bouwlagen, wonen beneden (in de volksmond de godshuizen genoemd) de bejaarden, boven bevinden zich de klaslokalen.
Gevel per twee traveeën gevat in gevelhoge, rechthoekige nissen bovenaan afgeboord met tandlijsten. Muurdammen lopen uit op een schoorsteen. Rondboogdeuren, met gevorkte roedeverdeling in de bovenlichten, wisselen af met getoogde vensters (heden verbouwd). Op de verdieping getoogde vensters met grote roedeverdeling. Gedeeltelijk bewaard schrijnwerk

Interieur
Vloer op de begane grond met grijze plavuizen. Eenvoudige houten steektrap leidt naar de vroegere klaslokalen. Bewaarde deuren met hang- en sluitwerk Aanleunende dwarsschuur met gedichte korfboogpoort en rechts ervan een (recentere?) rechthoekige schuurpoort. Rechter zijgevel met asemspleten. Aansluitend de stallingen rechts en links een bijgebouw verbouwd tot garage. Bewaard schrijnwerk en kapconstructie.
| Met dank aan: |
| Van Vlaenderen P. & Vranckx M. 2008: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Ruiselede, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL39, (onuitgegeven werkdocumenten). |
| Auteurs : Patricia Van Vlaenderen, erfgoedconsulent, Afdeling R-O West-Vlaanderen - Onroerend Erfgoed Martien Vranckx, bouwhistorica |
| De inventaris is een dynamisch document. De meest recente gegevens en fotomateriaal vind u op http://inventaris.vioe.be. |
Het weer
Snelgids
· Contacteer Sint Caroluskerk
· Zo is Doomkerke
· Doomkerke in een notendop
· Dorpslied
· Kamphuislied
· KFC Doomkerke lied
· Uw (handels)zaak toevoegen
· Zoek in deze site
Moppen van Fonne
Wie schoentje past trekke het aan.
De winter was pas twee weken oud.
't Was gesneeuwd en ijsbijtende koud.
Een hongerige vogel keek uitgeput van op ons dak,
'k kreeg medelijden en 'k timmerde een voedingsbak.
Die vulde ik met zaden en kruimels brood,
't beestje pikte gulzig en was gered van de hongerdood.
Maar 's anderendaags, 'k weet niet hoe het ging,
er zaten daar wel 10 vogels in een grote kring.
Ik vulde die voederbak tot boven en bleef staan,
wel honderd vogels kwamen eraan.
Vogels van alle slag, ze krijsten door elkaar.
Ik keek geamuseerd, naar een zeldzaam exemplaar.
't Werd lente en ze bleven maar komen.
Ze maakten nesten , eerst in de hoge bomen,
ze werden alsmaar driester, op 't balkon en onder de goot,
in alle holtes van het dak, de kleintjes werden groot.
Ze aten, fladderden en floreerden continue,
in duikvlucht pikten ze een worst van de barbecue.
Dat was er over, 'k begon met de voederbak weg te nemen.
Geen eten meer, de volgende week waren alle vogels verdwenen.
Maar toen begon de grote kuis, geen schor geroep,
weken duurde het gewas en geplas van die vuile troep.
Bij deze heb ik de aandacht van de lezer gewekt,
neem de voederbak weg en iedereen vertrekt. Godwaert
