Planterijstraat nr. 1
Hoeve, volgens kadastergegevens opgetrokkenca. 1933 en vergroot ca. 1946. Laag dubbelhuis van drie traveeën onder zadeldak (mechanische pannen). Verankerde (sierankers), oranje baksteen met gebruik van wit en rood voor de strekken van de segmentboogvormige muuropeningen. Muizentandlijst onder de dakgoot. Bewaard schrijnwerk met in de bovenlichten karakteristieke roedeverdeling met gekleurd glas. Rondboogvensters in de zijgevels. Voorliggende weide met lork. Achteraan dwarsschuur met geïncorporeerde stallingen

| Met dank aan: |
| Van Vlaenderen P. & Vranckx M. 2008: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Ruiselede, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL39, (onuitgegeven werkdocumenten). |
| Auteurs : Patricia Van Vlaenderen, erfgoedconsulent, Afdeling R-O West-Vlaanderen - Onroerend Erfgoed Martien Vranckx, bouwhistorica |
| De inventaris is een dynamisch document. De meest recente gegevens en fotomateriaal vind u op http://inventaris.vioe.be. |
Het weer
Snelgids
· Contacteer Sint Caroluskerk
· Zo is Doomkerke
· Doomkerke in een notendop
· Dorpslied
· Kamphuislied
· KFC Doomkerke lied
· Uw (handels)zaak toevoegen
· Zoek in deze site
Moppen van Fonne
Om u een breuk te lachen!!
In 't holst van de nacht kreeg St. Jozef een telefoontje,
dat hij moest vluchten met zijn vrouw en met zijn zoontje .
“ Want “ zei de geheime stem, “ naar we hoorden
wil Herodes het klein kindje vandaag nog vermoorden.”
De miserie begon als St.Jozef op zijn velo wipte
en demarreerde in de richting van Egypte.
Nog in pyjama vluchtte hij voor het dreigend gevaar,
van voor op de buis zat Maria, nog in haar peignoir.
Met te platte banden dokkerke hij langs de slechte baan,
't kindeke zat vanachter op de harde staan,
maar toch stond de angst op hun gezichten,
want St.Jozef negeerde weleens de rode lichten.
Langs de baan van Jericho naar Nazareth
had Herodes die lichten daar zelf gezet,
maar Jozef wou Jezus redden, dat was zijn plicht
en daarom reed hij zonder bel en zonder licht.
Maar aan de bocht van Bethlehem naar Gallilea
botsten zij pardoes op Jozef van Arimathea,
die liep in de vroegte om zeven pakjes maà¯zena
en een pulle petrol in de winkel van Maria Magdalena.
Jezus, Maria en Jozef maakten nogal ne ferme duik.
Jozef van Arimathea kreeg de guidon in zijnen buik,
zijn ogen draaiden, werkelijk hij was niet goed,
hij lag daar te baden in de petrol en in zijn bloed.
“ ' k Ben gehaast “ zei St. Jozef,” en 'k moet seffens gaan
blijf hier liggen en wacht op de barmhartige Samaritaan,
die komt weldra voorbij , ' t zal niet lang meer duren,
'k help eerst mijn zoon, die ligt daar te blà¨ten op de borduren.”
“In uw tegenslag moogt gij de heer loven en eren,
gij zijt de enige, die het goddelijk wicht hebt zien pikeren”.
En alzo sprintte St.Jozef weg door de doornen en de stekkers,
met de Heiland weer veilig tussen zijn rekkers. Godwaert
