Wingenesteenweg nr. 16
Hoeve met losse bestanddelen, erf deels met grint bedekt en deels begraasd. De hoeve staat aangeduid op de Ferrariskaart (1770-1778). Volgens kadastergegevens meerdere aanpassingen en uitbreidingen in de loop van de 20ste eeuw. Vergroten of eventuele heropbouw van het boerenhuis rond 1922. Schuur en stallingen dateren van eind jaren 1920 en worden ca. 1945 en 1958 vergroot. Woning met geïncorporeerde stalling in rode, verankerde baksteen onder zadeldak (mechanische annen). Gebruik van oranje baksteen voor de strekken van de rechthoekige muuropeningen, banden ter hoogte van de bovendorpels en de tandlijst onder de dakgoot. Stoep met cementtegels. Erf met notelaar en in de noordwesthoek een aardappelkelder.

| Met dank aan: |
| Van Vlaenderen P. & Vranckx M. 2008: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Ruiselede, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL39, (onuitgegeven werkdocumenten). |
| Auteurs : Patricia Van Vlaenderen, erfgoedconsulent, Afdeling R-O West-Vlaanderen - Onroerend Erfgoed Martien Vranckx, bouwhistorica |
| De inventaris is een dynamisch document. De meest recente gegevens en fotomateriaal vind u op http://inventaris.vioe.be. |
Het weer
Snelgids
· Contacteer Sint Caroluskerk
· Zo is Doomkerke
· Doomkerke in een notendop
· Dorpslied
· Kamphuislied
· KFC Doomkerke lied
· Uw (handels)zaak toevoegen
· Zoek in deze site
Moppen van Fonne
De strooien hoed.!!!
Een naaktstrand ergens aan de zee
daar lag Oscar te zonnen.
Zijn strooien hoed had hij steeds mee,
die had hij als prijs gewonnen.
't Was niet omdat Oscar daar lag
dat hij ook in slape viel,
hij keek rond en plots hij zag
al de schoonheid van Cecile
Oscar was danig gegeneerd
de eerste keer dat hij hier kwam,
hij voelde zich toch ook vereerd
te liggen naast die schoon madam.
Hij had zijn strooien hoed gelegd
om geen argwaan op te wekken,
zijn idee vond hij zelf niet slecht
om 't rijzende geval te dekken.
Plots zag hij het avondrood
dalen over 't grote strand,
een geluk nog dat hij wakker schoot
hij lag alleen in 't mulle zand.
Hij lag alleen, dat dacht hij maar.
Ineens een stem, daar aan de kant:
“gij groet mij niet, lamlendig lig je daar,
zwaai met uw hoed en wees galant.”
“Waart gij galant ,zoals het moet
ge zoudt daar niet blijven staan.
'k Weet zeker dat mijn strooien hoed
dan wel vanzelf omhoog zou gaan.”
Godwaert
