Hamerstraat nrs. 1-3
Z.g. "d' Oude Schole". Achterin gelegen boerenarbeiderswoning, tussen 1859 en 1880 in gebruik als veld- en kantschool. Voorheen zijn de kinderen van de toenmalige wijk 't Haantje (cf. Brandstraat en Haantjesstraat) aangewezen op de school in de verafgelegen dorpskern van Ruiselede. In 1859 aangekocht door pastoor Doom om er een school in te richten. De zusters O.-L.-Vrouw van Zeven Weeën van Ruiselede (cf. Bruggestraat nr. 29) komen er les geven. De school, gewijd aan Sint-Jozef, kent onmiddellijk een groot succes. De leerlingen verhuizen vrij snel naar een nieuw schoolgebouw (ingewijd in 1880) langs de Brandstraat (cf. nrs. 24- 26). Voormalige veldschool, achterin gelegen, laag dubbelhuis toegankelijk via een wegel, wellicht opklimmend tot de eerste helft van de 19de eeuw. Verankerde baksteenbouw onder zadeldak (Vlaamse pannen) met witbeschilderde voorgevel en gecementeerde linkerzijgevel. Gewijzigde vensteropeningen. Het geheel van de straat afgescheiden door een ligusterhaag en toegankelijk via smeedijzeren hekken gevat in betonnen pijlers. Het landgebouw aan de straatkant in verankerde baksteen onder zadeldak (mechanische pannen) staat op de Atlas der Buurtwegen (1842). Mogelijk was dit oorspronkelijk een aaneengesloten rij van arbeidershuisjes.


| Met dank aan: |
| Van Vlaenderen P. & Vranckx M. 2008: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Ruiselede, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL39, (onuitgegeven werkdocumenten). |
| Auteurs : Patricia Van Vlaenderen, erfgoedconsulent, Afdeling R-O West-Vlaanderen - Onroerend Erfgoed Martien Vranckx, bouwhistorica |
| De inventaris is een dynamisch document. De meest recente gegevens en fotomateriaal vind u op http://inventaris.vioe.be. |
Het weer
Snelgids
· Contacteer Sint Caroluskerk
· Zo is Doomkerke
· Doomkerke in een notendop
· Dorpslied
· Kamphuislied
· KFC Doomkerke lied
· Uw (handels)zaak toevoegen
· Zoek in deze site
Moppen van Fonne
De remedie tegen tandpijn !
Ceriel was een succesrijk zakenman
met 2 boekhouders en een meid,
het drukke leven hield hem in de ban
voor niets of niemand had hij tijd.
Zijn vrouw Margriet, die was madam
met pelsmantel en een zware BMW.
't Gebeurde zelden, maar als ze kwam
had ze gratie en veel pretentie mee.
De recepties wenste ze ook bij te wonen,
ze flodderde en ze floreerde en nam het woord.
Ceriel durfde zich haast niet meer tonen,
maar oogluikend ging hij ermee akkoord.
't Was weer eens receptie en Margriet ging mee ,
maar plots heeft Ceriel barstende tandpijn gekregen.
Inderhaast slikte hij een perdolan of twee
en heeft wel tien minuten plat gelegen.
De rust bracht al geen aarde aan den dijk
en 't vrouwtje maar ongeduldig wachten.
Ceriel was ongedurig en wit als krijt
en zat in de receptie met zijn gedachten.
De minuten tikten tergend traag voorbij
en inderhaast werd er besloten:
“ga maar alleen,wacht niet meer op mij,
excuseer mij ginder bij de groten.”
Met schurende banden vertrekt Margriet
en hoopt vooralsnog op tijd te komen.
Nauwelijks is ze uitgestapt, of ze ziet:
“Verdorie, 'k heb mijn sacoche niet meegenomen.”
Heel laag scheert Margriet terug naar huis
en vindt Ceriel in de keuken en de living niet.
“ hij zal wat slapen,” en zonder veel gedruis
loopt ze de trap op en gelooft niet wat ze ziet.
Ceriel zit bij de meid in bed en ziet Margriet,
die roept en raast en scheldt met hopen.
“Maar vrouwtje toch, 'k zweer het ,'k wist niet
met zo'n tandpijn ,waar gekropen.”
Godwaert
