Oude Veldstraat nr. 2
Boerenarbeiderswoning, komt voor op het primitief kadasterplan (ca. 1830). Het kadaster registreert in 1849 een uitbreiding naar links en het inrichten van twee woningen, deze worden ca. 1931 tot één wooneenheid samengevoegd. Bruine, verankerde baksteenbouw onder zadeldak (Vlaamse pannen) en met witgekalkte voorgevel. Rechthoekige muuropeningen, beluikte vensters, gedeeltelijk bewaard schrijnwerk. Stoep met cementtegels. Begraasd erf afgescheiden van de straat door een gemengde haag (meidoorn, buxus). Aan de straatkant een verankerd, bakstenen landgebouw onder zadeldak (Vlaamse pannen).

| Met dank aan: |
| Van Vlaenderen P. & Vranckx M. 2008: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Ruiselede, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL39, (onuitgegeven werkdocumenten). |
| Auteurs : Patricia Van Vlaenderen, erfgoedconsulent, Afdeling R-O West-Vlaanderen - Onroerend Erfgoed Martien Vranckx, bouwhistorica |
| De inventaris is een dynamisch document. De meest recente gegevens en fotomateriaal vind u op http://inventaris.vioe.be. |
Het weer
Snelgids
· Contacteer Sint Caroluskerk
· Zo is Doomkerke
· Doomkerke in een notendop
· Dorpslied
· Kamphuislied
· KFC Doomkerke lied
· Uw (handels)zaak toevoegen
· Zoek in deze site
Moppen van Fonne
De beesten waren belangrijker !!
Lucien werd pastoor ,en ook zijn broer
die ging naar de missies bij de zwarten.
Daar lag de duivel op de loer,
de zwarte zieltjes gingen hem ter harte.
Lucien was herder op een godvergeten hoek
met Juliette ,een nog jonge, trouwe meid.
s' Avonds las hij een godvruchtig boek
en al breien verdreef Juliette haar tijd.
Hij brevierde al wandelen door zijn hof,
waar een haan en wel tien hennen liepen,
die wentelden en flodderden in 't stof,
voordat ze op hun stokken sliepen.
Iedere avond vertelde mijnheer pastoor,
met heel nauwgezette zekerheid.
“ Juliette we staan er weer goed voor,
morgen worden weer 8 eieren geleid.”
In 't eerste twijfelde Juliette nogal.
“ In Godsnaam ,hoe weet hij dat precies”?
maar elke keer klopte het getal.
“ Krijgt Lucien misschien van God advies?
Ze wilde wel 't fijne daarvan weten
en op een avond vroeg ze 't aan de pastoor.
“ ' k Roep ze in 't kot ,'k geef ze wat eten
en 't deurtje ,daar zet ik een plankje voor.”
“Eén voor één, voorzichtig betast ik hen,
met mijn vinger ,zo achteraan
en zoals ik ze nu al ken,
ik voel het, als ze morgen leggen gaan.”
Juliette werd kwaad, 't is ongehoord.
Ze zei dan wit en rood en gans ontdaan:
“ Hewel ,meneer pastoor, ik ga hier voort,
als de beesten vo'o'r de mensen gaan.”
Godwaert 05 06 2000
