Brandstraat nr. 95
Vrijstaande woning gelegen in een ruime tuin. Volgens kadastergegevens ca. 1867 gebouwd i.o.v. de familie De Roowellicht als conciërgewoning, horend bij hun naastliggend domein (cf.nrs. 91-93). De bijgebouwen dateren van ca. 1909.Verankerde baksteenbouw opgetrokken in roodbruine baksteen, metlokaal gewonnen klei, en bakken in een buitenoven gelegen achter de kerk. Witbeschilderde plint. De omlijstingen van de muuropeningenen de segmentbogen van de omlopende fries in rode baksteen zijnwaarschijnlijk van latere datum. Dubbelhuis van twee bouwlagen en drie traveeën onder zadeldak (Vlaamse pannen). Begane grondgeritmeerd door segmentboogfries rustend op pilasters metmedaillons met leeuwenkoppen. Zijgevel met rechthoekige venstersonder strekken en twee cirkelmotieven op de verdieping. Linksrecentere, lage aanbouw van twee traveeën.Voortuin van de straat afgescheiden door ligusterhaag.geprofileerd kapiteel. Voorgevel met muuropeningen ondermijterboog en op de verdieping twee gekoppelde, rechthoekigevensters. Topgevel met gevelsteentje geflankeerd door twee medalions

| Met dank aan: |
| Van Vlaenderen P. & Vranckx M. 2008: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Ruiselede, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL39, (onuitgegeven werkdocumenten). |
| Auteurs : Patricia Van Vlaenderen, erfgoedconsulent, Afdeling R-O West-Vlaanderen - Onroerend Erfgoed Martien Vranckx, bouwhistorica |
| De inventaris is een dynamisch document. De meest recente gegevens en fotomateriaal vind u op http://inventaris.vioe.be. |
Het weer
Snelgids
· Contacteer Sint Caroluskerk
· Zo is Doomkerke
· Doomkerke in een notendop
· Dorpslied
· Kamphuislied
· KFC Doomkerke lied
· Uw (handels)zaak toevoegen
· Zoek in deze site
Moppen van Fonne
De remedie tegen tandpijn ??
Ceriel was een succesrijk zakenman
met 2 boekhouders en een meid,
het drukke leven hield hem in de ban
voor niets of niemand had hij tijd.
Zijn vrouw Margriet, die was madam
met pelsmantel en een zware BMW.
't Gebeurde zelden, maar als ze kwam
had ze gratie en veel pretentie mee.
De recepties wenste ze ook bij te wonen,
ze flodderde en ze floreerde en nam het woord.
Ceriel durfde zich haast niet meer tonen,
maar oogluikend ging hij ermee akkoord.
't Was weer eens receptie en Margriet ging mee ,
maar plots heeft Ceriel tandpijn gekregen.
Inderhaast slikte hij een perdolan of twee
en heeft wel tien minuten plat gelegen.
De rust bracht al geen aarde aan den dijk
en 't vrouwtje maar ongeduldig wachten.
Ceriel was ongedurig en wit als krijt
en zat in de receptie met zijn gedachten.
De minuten tikten tergend traag voorbij
en inderhaast werd er besloten:
“ga maar alleen, wacht niet meer op mij,
excuseer mij ginder bij de groten.”
Met schurende banden vertrekt Margriet
en hoopt vooralsnog op tijd te komen.
Nauwelijks is ze uitgestapt, of ze ziet:
“Verdorie, 'k heb mijn tas niet meegenomen.”
Heel laag scheert Margriet terug naar huis
en vindt Ceriel in de keuken en de living niet.
“ hij zal wat slapen,” en zonder veel gedruis
loopt ze de trap op en gelooft niet wat ze ziet.
Ceriel zit bij de meid in bed en ziet Margriet,
die roept en raast en scheldt met hopen.
“Maar vrouwtje toch, 'k zweer het ,ik wist niet
met zo'n tandpijn ,waar gekropen.”
Godwaert
